In 1963 trok de zestiende carnavalsstoet met 35 groepen, 14 praalwagens en 10 muziekkorpsen door de straten van Hasselt onder een droge hemel. De weervoorspellingen waren niet zo goed, maar gelukkig bleef de regen achterwege. Voor de Hasseltse pretmakers en de duizenden toeschouwers langs het parcours was het de hoogdag der zotheid.
De stoet was een gezellige en prettige boel met veel muziek, clowneske streken, zang en dans. De feestvierders waren zeker niet zuinig op het uitgooien van confetti en karamellen. Op de Grote Markt waren de lokale personaliteiten de kop van Jut. Zij kregen de volle confettilaag over zich, terwijl ze ook het mikpunt waren in de karamellenregen.
De Nederlanders waren het best vertegenwoordigd in de stoet. Ook waren er groepen uit Aalst, Neerpelt, Diepenbeek en Hemiksem. Een speciale vermelding verdienden onder andere de Muzikale Clowns en 'de toreadors' van de Verenigde Carnavalsvrienden. Traditiegetrouw mocht Prins Theo I de stoet onder luid applaus de stoet afsluiten. Nadien werd nog noest verder gefeest in de stad.
Bronnen: Archief Het Belang van Limburg, foto's Stadsarchief